logo idiomorf  
Bekijk de tekeningen op deze website en zie de kracht van de eenvoud
english translation vorige afbeelding terug naar overzicht volgende afbeelding    
   
Medische tekening uit een reeks over hartaandoeningen gebruikt als voorlichting voor hartpatiënten  
 
verwijding van een kransslagader door een ballon
 
 
   

Wat is een hartinfarct?
Bij een hartinfarct sterft een deel van het hart af ten gevolge van een verstopping in de aderen. Een hartinfarct gaat vaak samen met veel pijn in de bors. Als je korte felle pijn steken krijgt op een plek op de borst is dat 99 van de 100 keer geen hartinfarct. Met een hartinfarct sterft zoals gezegd een deel van de hartspier doordat deze geen zuurstof meer krijgt. Dit blijft voor de rest van je leven een litteken en daardoor heb je dus lichamelijke beperkingen. Meestal treed er na een infarct ook hartfalen op.
Het gebruik van een pacemaker stimuleert het hart.

Hoe ontstaat een hartinfarct?
Door verstoppen van de kransslagaders kan zuurstofrijk bloed niet overal meer bij de hartspier komen. Wanneer deze verstopping zeer groot is en zich bovendien in het begin van het hart in een grote ader is bevindt, zal dus meer weefsel afsterven. Bovendien zal er ook een groot litteken ontstaan. Het ondstaan van de verstopping heeft meerdere oorzaken. Bij veel roken en vette dingen eeten, is het risico op een infarct aanzienlijk groter dan bij iemand die zeer weinig vette dingen eet en veel sport. Het is niet zo dat je een infarct kan voorkomen, maar je kan de kans op een infarct wel verkleinen. Als je veel producten eet of drinkt waar veel cholesterol inzit, en je rookt ook nog is de kans zeer groot op een infarct. Dit komt omdat de cholesterol aan de binnenkant van de aderen gaat zitten en vastplakt. Diverse stoffen die in je bloed zitten zoals de nicotine van sigaretten plakken dan weer vast aan de cholesterol. Op deze manier wordt de berg van cholesterol steeds groter en groter. Na verloop van tijd is de vernauwing zo groot geworden dat het hele bloedvat word afgesloten. Er kan dus geen bloed meer door en het deel dat achter de vernauwing zit krijgt dus geen bloed en dus ook geen zuurstof meer.

Dotteren van dichtgeslibte kransslagaderen van het hart
Wanneer het hart als gevolg van ernstig dicht geslibte kransslagaderen te weinig zuurstof krijgt, kan de cardioloog voorstellen om te dotteren. Hiermee wil hij voorkomen dat zo'n hartinfarct ontstaat. Ook de vaatchirurg kan u voorstellen om te dotteren omdat bijvoorbeeld bij de perifere vaten (verder van het hart af) ernstige vernauwingen optreden die tot pijn in de billen en de benen (etalagebenen) aanleiding geeft. Deze behandelingen wijken niet veel van elkaar af. Het dotteren van de kransslagaderen van het hart gebeurt door een cardioloog. Het dotteren van de perifere vaten (liggen verder van het hart af) gebeurt door een radioloog. Om te kunnen dotteren moet precies bekend zijn welke plaats zich de vernauwing bevindt en hoe ernstig deze vernauwing is. Tot dotteren wordt overgegaan wanneer 50 tot 70% van de slagader dicht zit. Dat betekent dat er of een hartkatheterisatie heeft plaatsgevonden om de situatie rondom het hart in kaart te brengen, of een angiografie (een röntgenonderzoek van de perifere bloedvaten) heeft plaats gevonden. Dotteren of ballondilatatie is het verwijden van de vernauwde plek in de slagader (of bij het hart de kransslagader) door het opblazen van het ballonnetje dat in de slagader geschoven wordt. Dit ballonnetje is 1 tot 4 cm lang en heeft, in opgeblazen toestand een doorsnee van 1,5 tot 5 millimeter. De plaque in de ader wordt platgedrukt zodat het bloed weer normaal kan doorstromen. Door het opheffen van de vernauwing komt de doorbloeding van de spieren weer beter op gang. De Amerikaanse arts Charles T. Dotter is de uitvinger van deze behandeling omdat hij de eerste was die door toepassing van deze techniek bloedvaten wijder maakte.

Pacemaker ter stimulering van het hart
Bovenstaande tekening maakt deel uit van een reeks medische tekeningen en medische animaties. Deze zijn gemaakt door Idiomorf infographics in opdracht van een medische uitgever om voorlichting geven over hartaandoeningen. De cardiologische tekening laat de plaats van een pacemaker zien ten opzichte van het hart. Het apparaat dient ter voorkoming van een hartstilstand en wordt met implanteerbare cardioverter-defibrillator (ICD) aangeduid. Bij hartfalen wordt het apparaat een biventriculaire pacemaker genoemd. In het geval hartritmestoornissen of dat het hart stil komt te staan, zal de pacemaker een elektrische prikkel geven. Daarmee wordt de normale hartslag weer hersteld. Het hart is met de pacemaker verbonden door elektrodes, deze worden ook wel leads genoemd. De connectie van deze leads op de pacemaker is internationaal gestandaardiseerd, zodat pacemakers en leads van verschillende fabrikanten uitwisselbaar zijn. Vroege pacemakers waren eenvoudige pulsgeneratoren, die met een vaste frequentie prikkels afgaven. Een moderne pacemaker wordt gestuurd door een microcomputer, en past zich aan aan het gedrag van de drager. Zo zal bij inspanning de hartfrequentie toenemen en als het hart van zichzelf al goed loopt zal de pacemaker niets doen. Pacemakers worden gevoed door 2,5 volt lithium-iodine batterijen. Een pacemaker gaat zo'n acht tot tien jaar mee, daarna moet deze worden vervangen. De apparaatjes zijn klein; ongeveer 20 cc en 20 gram zwaar. Ze kosten gemiddeld zo'n 3000 euro. Omdat ze meestal vlak onder de huid geïmplanteerd worden, is dit geen ingrijpende zaak. Men verblijft meestal een nacht in het ziekenhuis.

Zoekt u illustraties als deze ?
Deze cardiologische afbeeldingen zijn gebruikt als voorlichting voor hartpatiënten. Onze illustraties en animaties maken het mogelijk om genezings processen en risicofactoren beter te begrijpen. Dit bespaart u en de eindgebruiker tijd. Veel informatie over gezondheid en en het menselijk lichaam zijn tegenwoordig op internet te lezen. Hierop spelen wij met onze expertise in. Onze tekeningen kunnen gebruikt worden voor zowel gedrukte als digitale media.
Neem contact met ons op voor een afspraak.

De pacemaker stelt de drager in staat, meestal, om een langer, onbezorgder en kwalitatief hoogwaardiger leven te leiden. In het algemeen is het zo dat een pacemaker patiënten die palliatieve zorg ontvangen niet langer in leven houdt. In de terminale fase is vaak sprake van sepsis, longziekte, bloedingen, nier- en/of leverfalen, waardoor het hart dusdanig verzwakt is, dat het meestal niet meer reageert op de pacemaker. Tevens is het zo, dat men op een bepaald moment in de terminale fase het apparaat kan uitzetten. Bijvoorbeeld op het moment dat de beademingsapparatuur wordt uitgezet. In geval van een ICD ligt het wat complexer. Zo'n apparaat dient wel ter reanimatie. In een bepaald stadium van de terminale fase kan een werkend ICD ongepast zijn. Ook hier geldt dat men kan besluiten het apparaat uit te zetten. Bijvoorbeeld omdat de patiënt heeft aangegeven niet meer gereanimeerd te willen worden, omdat het ongepast is, of gewoon omdat de patiënt hem uit wil hebben. De pacemaker heeft een effect op op de levenduur van de terminale patient, echter heeft dit geen effect op het lijden.

Het hart is asymmetrisch van vorm en lijkt eigenlijk niet op een 'hartje' zoals dat vaak getekend wordt. Het ligt in de thoraxholte nagenoeg links van het midden, achter het borstbeen. Pijn aan het hart wordt bijna altijd ook midden op dat borstbeen gevoeld. Het steekt slechts ongeveer 2 cm uit aan de rechterkant en is zo groot als een gebalde fuist. In de linkerlong zorgt het hart voor een diepe inkeping. Het hart heeft de vorm van ongeveer een kegel. De top van de kegel wordt de apex genoemd, het grondvlak de basis. De apex ligt meer caudaal (naar onderen toe), ventraal (naar voren toe) en links dan de basis die meer cervicaal (naar boven toe), dorsaal (naar achteren toe) en rechts gelegen is. De as van de kegel verloopt dus schuin in de thorax. Het hart grenst aan het middenrif (diafragma) met de facies diaphragmaticus. Een tweede zijvlak van het hart grenst aan het borstbeen (sternum) en een aantal ribben. Dit is de facies sternocostalis. Zoals eerder vermeld grenst het hart ook aan de linkerlong met de facies pulmonalis. Deze facies pulmonalis wordt soms ook gezien als een overgang van de twee andere vlakken (een heel onscherpe overgang), daarom ook wel margo obtusus ('stompe rand') genoemd. De overgang tussen de facies sternocostalis en de facies diaphragmaticus aan de andere kant wordt de margo acutus genoemd. Deze overgang is wel scherp. 

Hartfalen
Bij hartfalen is de pompwerking van het hart niet optimaal. Daardoor wordt onvoldoende bloed door het lichaam gepompt en krijgen sommige delen van het lichaam af en toe te weinig bloed en dus zuurstof. Hartfalen komt ongeveer bij 1 op de 1000 Nederlanders voor. Na het 65ste jaar is het één van de meest voorkomende oorzaken van een ziekenhuisopname. Hartfalen kan het gevolg zijn van een eerder doorgemaakt hartinfarct. Het kan ook een aangeboren afwijking zijn of het gevolg van een ongezonde manier van leven. Roken en weinig bewegen, overgewicht en veel stress vormen risicofactoren. Door de verminderde pompwerking stroomt het bloed niet goed terug naar het hart. Hierdoor is de bloedsomloop verzwakt en kan zich vocht ophopen. Dit gebeurt het eerst op plaatsen die verder van het hart gelegen zijn zoals de voeten, de enkels en de benen. Er vormt zich oedeem. Oedeem herken je als volgt: druk uw duim enkele seconden op het opgezwollen lichaamsdeel en laat dan los. Als er enige tijd een 'deuk' zichtbaar blijft dan is er sprake van vochtophoping. Ook op onzichtbare plekken blijft vocht 'hangen', bijvoorbeeld in de longen; dit heet "longoedeem". Behalve zien kun je dit soort verschijnselen ook merken. U bent moe, u heeft adem tekort, ook als u ligt. De oorzaken van het hartfalen lopen uiteen. Het kan komen door een eerder hartinfarct die het hartspierweefsel zodanig heeft beschadigd dat het hart niet genoeg pompkracht meer kan genereren om het bloed rond te pompen. Het komt ook voor dat een aangeboren afwijking van de hartkleppen er voor zorgt dat het bloed niet alleen de aorta in wordt gepompt maar ook weer terug de hartkamer in. Als laatste kunnen de slagaderen deels verstopt zijn en kunnen de aderen zijn verhard door een te hoog cholesterol gehalte. Dit zorgt er voor dat de bloeddruk stijgt. Als deze te hoog wordt dan is het hart niet meer in staat het bloed met de juiste snelheid rond te pompen.