logo idiomorf  
Bekijk de tekeningen op deze website en zie de kracht van de eenvoud
vorige afbeelding terug naar overzicht volgende afbeelding    
   
Tekening over ligging van maag, lever,
darmen, gal en pancreas
 

 
 
 
    Wilt u ook illustraties als deze?
Wij hebben voor deze opdrachtgever een reeks interactieve medische voorlichting illustraties ontwikkelt over de werking van het menselijk spijsverteringkanaal: maag, lever en darmstelsel. De deskundigheid van Idiomorf infographics heeft ertoe bijgedragen dat met deze opengewerkte medische illustratie de lezer beter begrijpt waar de maag, lever, darm gal en pancheas zich bevindt en hoe deze zich in grootte verhoudt. Ook toont de overzicht tekening de ligging van deze organen onderling. Deze opdrachtgever heeft ons deze illustratie laten maken om te zorgen dat de lezer goed ingelicht is over hoe deze organen eruit zien. Onze tekeningen kenmerken zich door eenvoud. Deze kunnen ingezet worden voor zowel gedrukte als digitale media.

Het maag lever darmstelsel
De maag is een spijsverteringsorgaan dat zich bevind achter de longen. In de maag wordt voedsel verwerkt tot een pap van bruikbare basisproducten. De maag is een soort peervormige zak, die linksboven in de buikholte tegen het middenrif ligt. Aan de voorzijde wordt de maag afgedekt door de lever en aan de achterzijde bevindt zich de alvleesklier, ook wel pancreas genoemd. Aan de bovenzijde houdt het diafragma de maag op zijn plaats. De maag komt uit in de twaalfvingerige darm, gescheiden door een sluitspier. De grootte en vorm van de maag is afhankelijk van wat erin zit. Een normaal gevulde maag is ongeveer 28 centimeter lang en kan 3 tot 4 liter vocht bevatten, afhankelijk van de persoon. Voedsel komt via de mond en de slokdarm in de maag. Het speeksel dat vermengd is met het voedsel, zorgt voor de eerste fase van vertering en zet zetmeel om in suikers. Een soort klep tussen de slokdarm en de maag zorgt ervoor dat het voedsel wel de maag in kan, maar in de meeste gevallen niet terug omhoog. Alleen bij boeren, braken of oprispen is dit omgekeerd. Waneerd deze terugstroom naar de slokdarm te vaak gebeurt kan irritatie van de slokdarmwand ontstaan door het bijtende maagzuur (reflux). Maagsappen, afkomstig uit klieren in de maagwand, breken bepaalde voedingsstoffen af. De spieren van de maagwand helpen de inhoud te kneden en te mengen. Maagsap op zich is behoorlijk agressief. Het bestaat onderandere uit zoutzuur en spijsverteringssappen die eiwitten afbreken. Dat is nodig om voedsel af te breken tot eenvoudiger stoffen die daardoor makkelijker door de darmen opgenomen kunnen worden. Als bescherming tegen het maagsap is de maagwand bekleed met slijmvlies. Wanneer dit slijmvlies te dun is, kan het maagsap op de maagwand inwerken en zo een maagzweer veroorzaken.

De lever
De lever is een belangrijk orgaan en vormt de grootste klier in ons lichaam. Hij oefent verschillende belangrijke functies uit, onder andere de productie van gal die nodig is voor de vertering. Een andere belangrijke taak van de lever is de zuivering van het bloed door stoffen te verwijderen die schadelijk zijn voor het lichaam. Ook maakt de lever giftige stoffen onschadelijk en ruimt hij afvalstoffen op. Al met al vinden er zo’n 590 verschillende processen in de lever plaats. De lever zit in onze rechterbovenbuik, vlak achter de ribben.

Dunne darm
De dunne darm is ongeveer vijf meter lang en bestaat uit drie delen; de 12-vingerige darm, de nuchtere darm en de kronkeldarm. De 12-vingerige darm is het eerste deel van de dunne darm en is ongeveer twaalf vingerbreedtes lang. Spijsverteringssappen uit de alvleesklier en galblaas worden hier aan de voedselbrij toegevoegd. Daarna komt de voedselbrij in een twee meter lange nuchtere darm. Deze gaat vervolgens over in de kronkeldarm. Deze kronkeldarm is circa drie meter lang. De dunne darm ligt sterk gekronkeld voor in de buikholte, onder de maag. Het belangrijkste deel van de spijsvertering vindt hier plaats. Als eerste wordt voedsel verder afgebroken dat uit de maag afkomstig is tot kleine voedingsstoffen. Deze voedingsstoffen kunnen dan via de wand van de dunne darm opgenomen in het bloed. De wand van de dunne darm is sterk geplooid, en heeft bovendien kleine vingervormige uitsteeksels. Dit zijn de darmvlokken. Door de plooien en de vingervormige uitsteeksels, is het oppervlak van de dunne darm ongeveer zo groot als twee badminton velden. Door dit grote oppervlak, kunnen voedingsstoffen goed worden opgenomen in het bloed.

De Galblaas
De galblaas is een klein orgaan in de vorm van een zak die langs de galafvoerbuis ligt. In de tekening is deze groen afgebeeld. De lever maakt galvloeistof aan die in de galblaas wordt bewaard, tot dit naar de dunne darm kan gaan om vetten te verteren.

De Pancreas
De pancreas of alvleesklier is een meer langwerpige klier met een dubbele functie. Ze maakt alvleeskliersappen aan die veel geïioniseerde enzymen bevatten die eiwitten, koolhydraten en triglyceriden kunnnen afbreken. De tweede functie is dat de pancreas ook hormonen vrij geeft die de hoeveelheid suiker in het bloed regelen.

Galkwab
De lever bestaat uit duizenden kleine kwabjes. Hiewel de afmetingen van zo'n galkwab erg klein zijn, bevat elke kwab een circulatiesysteem. Ze krijgen rechtstreeks uit de darmen bloed via de poortader. In deze kwabben worden de afgebroken voedingstoffen tijdens de vertering verwerkt. De lever slaat een deel van de vetten en aminozuren op als energiegeserve terwijl de andere stoffen worden teruggegeven aam de bloedsomloop.

Leverondonderzoek
Bij leveronderzoek kan een aantal potentiële lichamelijke klachten vroegtijdig aan het licht gebracht worden. Afhankelijk van wat men wil weten zijn een aantal verschillende manieren om de lever te onderzoeken. Bij het constateren van een mogelijke leverziekte kan de arts voorstellen één of meer van de hieronder beschreven onderzoeken uit te voeren. Bij de keuze voor een onderzoek zal de arts voornamelijk kijken naar de klachten van u. Vaak wordt in het eerste stadium lichamelijk onderzoek gedaan door de huisarts en wordt er bloed afgenomen voor laboratoriumonderzoek. Naar aanleiding van de uitslagen van deze onderzoeken kan de huisarts u eventueel doorverwijzen naar het ziekenhuis voor verder onderzoek.

Lichamelijk onderzoek
Door lichamelijk onderzoek wordt de ligging en de grootte van de lever bepaald. Dit gebeurt door het bekloppen en betasten van het gebied rechtsboven in de buik. Een gezonde lever voelt glad en elastisch aan en is niet pijnlijk. Als de arts afwijkingen constateert, kan dit een aanwijzing zijn voor een leverziekte. Meestal volgt daarop nader onderzoek.

Laboratoriumonderzoek
De lever is een soort chemische fabriek waarin zich allerlei processen afspelen die van belang zijn voor een gezond functionerend lichaam. Als er in de lever een storing optreedt, dan kan dit in het bloed 'gemeten' worden. In het laboratorium kunnen, door middel van medische meetinstrumenten, allerlei verschillende stoffen in het bloed aangetoond worden. Bij het vermoeden van een leverziekte worden in het bloed de zogenaamde 'leverfuncties' bepaald. Dit onderzoek wordt daarom ook wel ‘leverfunctieonderzoek’ genoemd. Zo worden bijvoorbeeld de gehaltes aan enzymen, eiwitten en bilirubine (een afbraakproduct van rode bloedcellen) in het bloed vastgesteld. Naar aanleiding van deze waardes kan de arts iets zeggen over het functioneren van de lever. Afwijkingen in de 'leverfuncties' kunnen een aanwijzing zijn in de richting van een bepaalde leverziekte. Voor meer informatie zie onze paper ‘leverfunctieonderzoek’.

Echografie

Bij echografie wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven. Eerst wordt de buik ingesmeerd met een soort gel. Dit is noodzakelijk om de geluidsgolven goed te geleiden. Vervolgens wordt de buik afgetast met een apparaatje dat geluidsgolven uitzendt en weer opvangt. De verschillende soorten weefsels in en rond de lever weerkaatsen deze golven allemaal op een andere manier. Van deze teruggekaatste golven kan op een monitor een beeld gevormd worden. Het is een volstrekt pijnloze methode die veel informatie oplevert. Afwijkingen die op deze manier aangetoond worden, zijn onder andere: galstenen, leververvetting, leverkanker en levercysten. Ook verstoppingen van de galwegen in de lever kunnen op deze manier zichtbaar gemaakt worden.

Radiologisch onderzoek
Röntgenstraling is een straling die door een zeer korte golflengte ver kan doordringen in verschillende lichaamsdelen. Tevoren kan een contrastmiddel (bariumpap) door de arts worden ingespoten in de bloedbaan, waardoor organen op de röntgenfoto’s zichtbaar worden. Dit contrastmiddel bevat bij sommige onderzoeken licht radioactieve stoffen. De hoeveelheid radioactiviteit die hiervoor wordt gebruikt is gering en wordt door de lever via de galvloeistof uitgescheiden. Het meten van radioactiviteit, bijvoorbeeld van een weefsel, wordt ook wel scintigrafie genoemd. Röntgenonderzoek van de lever (leverscintigrafie) Hiervoor spuit de arts een licht radioactieve stof via een ader in de arm in het bloed. Vervolgens wordt met behulp van röntgenstralen gekeken waar de radioactiviteit in de lever terecht is gekomen. Hiervan kan een afbeelding (röntgenfoto) gemaakt worden op een monitor. Dit onderzoek geeft vooral informatie over ruimte-innemende processen in de lever zoals gezwellen en cysten. Leverhemangioomscintigrafie Met dit onderzoek kunnen hemangiomen in de lever opgespoord worden. Leverhemangiomen zijn goedaardige gezwellen van de bloedvaten in de lever. Voor dit onderzoek krijgt men een kleine hoeveelheid vloeistof in de ader gespoten. Vervolgens wordt na enige tijd wat bloed afgenomen. Dit bloed wordt gemerkt met een licht radioactieve stof en weer teruggespoten in de ader. Aansluitend worden er röntgenfoto’s gemaakt van de lever. Op deze foto’s kan de arts zien waar het radioactieve bloed, dat terug ingespoten is, zich bevindt. De bloedvaten van de lever, en eventueel de hemangiomen, worden op die manier in beeld gebracht.

Computertomografie (CT scan)

Ook bij een CT-scan wordt gebruik gemaakt van röntgenstralen. Via een ader in de arm wordt contrastvloeistof in de bloedvaten gespoten. Terwijl u op een onderzoekstafel ligt draait de CT-scanner (een kokervormige röntgenbuis) om u heen, waarbij gebruik gemaakt wordt van een bijzondere röntgentechniek. U wordt heel langzaam door de scanner heen geschoven en de computer maakt ondertussen gedetailleerde afbeeldingen van doorsneden van de lever. Door de beelden van deze doorsneden achter elkaar te leggen kan de arts de ligging en de ‘bouw’ van de lever beoordelen. Door middel van een CT-scan kan onderscheid gemaakt worden tussen verschillende leveraandoeningen zoals; levertumoren, leverhemangiomen, leververvetting en leveradenomen. Positron Emissie Tomografie (PET-scan) De PET-scan is een vrij nieuwe onderzoekstechniek die meestal als aanvulling gebruikt wordt op bijvoorbeeld de CT-scan. Voorafgaand aan een PET-scan wordt een kleine hoeveelheid radioactief suiker in de bloedbaan gespoten. Dit suiker concentreert zich vervolgens op de plaats waar cellen zitten die veel suiker gebruiken. Doordat met name kankercellen een verhoogde stofwisseling hebben en veel suiker gebruiken kunnen met een PET-scan deze kankercellen zichtbaar gemaakt worden. Wanneer bij een ander onderzoek een ‘verdacht’ gebied wordt gevonden, kan door middel van een PET-scan aangetoond worden of het gaat om leverkanker of een goedaardige aandoening.

Magnetic Resonance Imaging (MRI-scan)

Deze techniek wordt men niet blootgesteld aan röntgenstralen, maar er wordt gebruik gemaakt van een sterk magnetisch veld en radiogolven. Met behulp van magneetisme kan men in het lichaam bepaalde signalen opwekken. Ieder weefsel in het lichaam is verschillend van samenstelling. Hierdoor kan men met radiopulsen het magnetisme beïnvloeden en een signaal opwekken dat uniek is voor ieder weefseltype. Deze signalen worden door een computer omgezet naar een dwarsdoorsnede van het lichaam. Het apparaat bestaat uit een buis die 1,5 meter lang is en een doorsnede van 70 cm heeft.

Laparoscopie (kijkoperatie)
De arts maatk bij dit onderzoek 3 gaatjes in de buik. Met behulp van een soort ‘kijkbuis’ wordt er vervolgens lucht in de buik geblazen, waardoor de buikwand los van de lever komt. De arts heeft dan een beter zicht op de lever en daarnaast is er dan ruimte om eventueel een kleine ingreep te verrichten. Aan het uiteinde van de kijkbuis zit een lampje en een klein cameraatje, dat verbonden is met een monitor. Op die manier kan de lever bekeken worden. Door de andere gaatjes in de buikwand worden instrumenten ingebracht. Met behulp van deze instrumenten kan bijvoorbeeld een klein 'hapje' leverweefsel (biopt) worden weggehaald voor nader onderzoek. Laparoscopie kan informatie geven over onder andere: levercirrose, leververvetting, leverontsteking en de aanwezigheid van gezwellen.

Leverbiopsie (leverpunctie)
Bij een leverpunctie wordt, onder plaatselijke verdoving, op een speciale plaats tussen de rechterribben een lange holle naald ingebracht. Deze naald wordt vervolgens voorzichtig doorgeschoven richting de lever, waar de arts een klein beetje weefsel wegneemt. Dit noemen we een leverbiopt. Het biopt wordt onder de microscoop verder onderzocht. Soms wordt een leverbiopsie uitgevoerd in combinatie met een echografie. Dit wordt gedaan wanneer de arts een biopt wil nemen op een speciale plaats in de lever . Op de monitor is dan zichtbaar waar de naald precies terecht moet komen. Een leverpunctie kan veel informatie geven over onder andere: leverontsteking, levercirrose, leverkanker en leververvetting.