logo idiomorf  
Bekijk de tekeningen op deze website en zie de kracht van de eenvoud
vorige afbeelding terug naar overzicht volgende afbeelding    
   
Infographic temperatuurwaarneming met schakelcellen  

 
 

Infographic tekening over temperatuurwaarneming met schakelcellen
Deze tekening is gemaakt om te laten zien hoe het menselijk lichaam temperatuur waarneemt en welke organen daarbij betrokken zijn. De organen van de tastzin nemen prikkels als aanraking, pijn en temperatuurwisselingen waar. Ook het zich bewust zijn van de lichaamshouding is te danken aan deze gespecialiseerde orgaantjes. Deze heten receptoren. Deze receptoren bevinden zich in de huid, het bindweefsel en de slijmvliezen. Er zijn verschillende typen; al naar gelang de aard van wat ze waarnemen is er sprake van tactiele receptoren (aanraking), nociceptoren (pijn), thermoreceptoren (temperatuur) en proprioceptoren (positie). Behalve de tastorganen spelen ook zenuwuiteinden die zich los in de weefsels bevinden een rol bij de geleiding van gevoelswaarnemingen; dit zijn de vrije zenuwuiteinden.

De tastorganen in relatie tot andere delen van het zenuwstelsel
De tekening laat zien dat de tastorganen in contact staan met een aantal onderdelen van het zenuwstelsel, zoals de hersenen, het ruggenmerg, de ruggenmergzenuwen en de hersenzenuwen. De pijltjes in de tekening laat zien dat waarnemingen van temperatuur worden in de vorm van elektrische signalen (prikkels) door de hersen- of ruggenmergzenuwen naar de hersenen of het ruggenmerg geleid. Daar worden ze verwerkt en vindt er een reactie op plaats. Met het klimmen der jaren is er een afname te zien van het aantal receptoren in de huid, zoals de tastlichaampjes van Meissner. Het gevolg is dat ouderen bijvoorbeeld minder goed hun positie ten opzichte van hun omgeving kunnen bepalen en daardoor sneller vallen.

De opbouw van de huid
De huid bestaat uit twee delen: opperhuid en lederhuid. Deze opperhuid bestaat ook weer uit twee lagen: hoornlaag en kiemlaag. In de lederhuid bevinden zich de tastzintuigen. Omdat de hoornlaag uit resten van dode, verhoornde cellen bestaat, bevat deze geen gevoel. De functie van de hoornlaag is het lichaam beschermen tegen uitdroging en ziekteverwekkers (bacteriŽn). Eťn van de eigenschappen van de hoornlaag is dat deze aan de buitenkant steeds afslijt en groeit van binnen uit steeds aan. Op plaatsen waar de huid veel bescherming moet bieden ontstaat eelt. Eelt is een plaatselijke verdikking van de hoornlaag.

Nog een andere huidlaag is de kiemlaag
In tegenstelling tot de hoornlaaag bestaat deze kiemlaag uit levende cellen. De functie van de kiemlaag is aanvulling van de steeds afslijtende hoornlaag. De onderste laag cellen van de kiemlaag deelt zich voortdurend. Vervolgens schuiven de kiemlaagcellen op naar buiten waardoor deze cellen verhoornen. Huidcellen die verhoornen maken een hoornstof aan. Deze hoornstof komt voor in nagels en haren. Als de cellen zijn verhoornd sterven ze af. Talgklieren produceren talg en bevinden zich in de haarzakjes. De functie van talg is om de hoornlaag soepel te houden. Soms raken deze talgklieren verstopt waardoor meeŽters ontstaan. In de lederhuid liggen de warmte-, koude-, druk-, en tastzintuigen. Verder liggen er in de lederhuid zenuwen, haarspiertjes, bloedvaten en zweetklieren.

Zweet als verkoeling
De zweetklieren die in de lederhuid liggen produceren zweet, vooral als je het warm hebt. De functie van dit zweet is om bij oververhitting het lichaam af te koelen door zweet te laten verdampen. Tastknopjes: hierin liggen de tastzintuigen (vlak onder de kiemlaag). De huid beschermt tegen ziekteverwekkers (bacteriŽn). Deze huid kan de functie het beste vervullen als je je huid goed verzorgd (elke dag met water+zeep wassen). De huid beschermt ook tegen beschadigingen. Wanneer bij een ongeluk de huid flink beschadigd wordt, ontstaat er een wond in je huid.

Een wond behandelen
Bij een grote wond is het goed een arts te raadplegen. Bij een kleine wond kan men het beste de vuile wond schoonspoelen met water, ontsmetten met een ontsmettingsmiddel, drogen en dan er een pleister of verbandje om doen. Bij een brandwond is het verstandig de wond onder koud, stromend water houden. Wanneer een wond ondstaat door bijtende of giftige stof op je huid kan men het beste een dokter bellen. Meestal herstelt de huid zich na een beschadiging. De wond groeit dan weer dicht en er kan een litteken ontstaan. Een litteken is een plaats waar een grote wond heeft gezeten.

Tastzin in de huid
De tastzintuigen liggen overal in de huid en vormen samen het grootste zintuigstelsel in het menselijk lichaam dat er is. Door de vele tastzintuigen word je bij iedere aanraking gewaar dat er iets is dat je huid aanraakt. Iets raakt je buitengrens aan en daardoor word je ermee geconfronteerd dat je begrensd bent. Door het voorwerp dat je aanraakt ervaar je in eerste instantie als een Ďdingí, zonder dat je weet wat het is. Pas door het gebruik van andere zintuigen word je meer gewaar, bijvoorbeeld doordat je ernaar kijkt, de structuur voelt of de temperatuur waarneemt. De tastzin bestaat uit een zeer groot aantal tastzintuigjes die zich vlak onder de huid bevinden, op de overgang van de opper- en lederhuid. De tastzintuigjes bestaan uit eenvoudige knopjes die met zenuwen zijn verbonden. Ze kunnen worden ingedrukt en nemen dan waar dat er iets tegen ze is aangekomen. Tastzintuigjes bevinden zich over je gehele lichaam. De afstand van de knopjes en dus de gevoeligheid varieert. Op plaatsen waar je veel dingen aanraakt, zoals je vingers, je tong, je bovenlip, je neus en je voorhoofd, zijn er veel tastzintuigen. Op andere plaatsen, zoals je rug en je voetzool, is de afstand groter en is de gevoeligheid voor een aanraking kleiner. Wanneer je meer wilt waarnemen dan alleen dat er iets is dat tegen je aan is gekomen, moet je andere zintuigen inschakelen, bijvoorbeeld door je spieren te bewegen de bewegingszin (of spierzin) of de temperatuurzin. Als je je bewegingszin inschakelt en het voorwerp aftast, kun je bepalen hoe groot het voorwerp is, welke vorm het heeft, wat de structuur van de buitenkant is, etc. Toch blijft het ook dan lastig om vast te stellen wat het is. De meeste zekerheid krijg je als je kijkt.

Tastzin alleen geeft dus slechts de grens van je lichaam aan.

Het geeft aan waar jij ophoudt en waar iets anders begint. Doordat je via je tastzin weet waar jij ophoudt, grens je je af van de rest van de wereld. Zonder tastzin zou je die grens niet ervaren en zou je niet weten waar jij ophoudt te bestaan, je zou letterlijk grenzeloos zijn en in het andere overvloeien. Je zou daarmee geen lichamelijk zelfbewustzijn hebben. Dankzij de tastzintuigen kan de mens prikkels uit de omgeving opnemen en doorgeven aan de hersenen. De huid heeft verschillende soorten zenuwuiteinden die allemaal een ander signaal voor Ďhet voelení opvangen. Er zijn receptoren voor oppervlakkige aanraking, pijn, druk, vibratie en temperatuur. Deze laatste zorgen ervoor dat je kunt onderscheiden. De meeste tastorganen zijn huidreceptoren (receptor=plaats waar een prikkel wordt opgevangen). De receptoren verschillen van elkaar al naar gelang de gewaarwording die ze registreren. De receptoren voor de tast bevinden zich in de huid: ze helpen bij het waarnemen van aanrakingen, druk, trillingen en voor het oppervlakkige gevoel. Andere receptoren helpen bij de beoordeling van de lichaamshouding, pijn en temperatuur.

De gevolgen van tastorganen in de huid door problemen bij ziekte of letsel
Er zijn verschillende letsels mogelijk van de tastorganen. Een voorbeeld hiervan is friedreich-ataxie. Vooral de zenuwbanen vanuit de zintuigen naar het ruggenmerg zijn daarbij aangedaan waardoor de tastzin is gestoord. Door een chronische aandoening als suikerziekte kunnen de perifere zenuwen beschadigen en kan de gevoeligheid van handen en voeten worden aangetast. Ook het gebruik van bepaalde medicijnen kan de tastzintuigen aantasten, of de zenuwen die de informatie van de zintuigen moeten doorgeven. De gevolgen van het ouder worden Met het ouder worden gaat een deel van de tastreceptoren verloren. Een gevolg is bijvoorbeeld dat oudere mensen hun positie ten opzichte van de omgeving minder goed kunnen bepalen en daardoor vaker vallen. Een gebitsprothese kan door de continue druk op den duur de tastzintuigen in het gehemelte aantasten.